Op de thee bij minister De Jonge van VWS

Op de thee bij minister De Jonge van VWS

Geplaatst op 11-07-2018  -  Categorie: Algemeen  -  Auteur: Webmaster  -  Bron: Inge Dekker

Hoi Inge, welkom, wat wil je drinken? En waar zullen we gaan zitten? Aan tafel of meer relaxed op de bank?’

Minister de Jonge heet mij hartelijk en enthousiast welkom in zijn werkkamer op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Hij is precies zoals op tv en in zijn vlogs: Toegankelijk, energiek en met opvallende bloemetjesschoenen onder zijn blauwe pak.

Ik ga op de bank zitten en Hugo (ik mag tutoyeren, maar merk dat ik soms toch u zeg; hij mag dan van mijn leeftijd zijn, het is wel een minister) neemt tegenover mij plaats. Zijn woordvoerder, met wie ik in de wachtruimte al een kop thee heb gedronken, is ook in de kamer.

We hebben het even over hoe ik aan dit gesprek ben gekomen (zie vorige blog) en ik vertel iets over mezelf; dat ik chronisch ziek ben, coaching en trainingen geef aan jonge mensen met fysieke klachten en ook regelmatig contact heb met verschillende patiëntenvereniging. En dat ik graag met hem wil praten over hoe de zorg beter zou kunnen.

We komen meteen op het punt waar ik tijdens mijn voorbereiding achter kwam: Hugo de Jonge is Minister van VWS en misschien had ik bij Bruno Bruins moeten zijn, hij is Minister van Medische Zorg en Sport. Dat is degene die over ziekenhuizen en zorg voor chronisch zieken gaat.

De Jonge maakt hier echter geen probleem van ‘We praten onderling ook wel eens’ zegt hij met een lach, en we gaan door met het gesprek. ‘Oké, kom maar op, waar wil je het over hebben?’. De minister zit voor op zijn stoel, kijkt me recht aan en praat enthousiast met zijn handen.

Ik pak mijn aantekeningen erbij en vertel dat ik drie overkoepelende punten heb, waarvan ik denk dat die de zorg echt beter maken: Om te beginnen moeten patiënten zich serieus genomen voelen, echt gehoord worden. Daarnaast zou het fijn zijn als patiënten meer informatie, kennis en tijd krijgen om zelf goede beslissingen te kunnen nemen. Tot slot vind ik dat de kennis en expertise van patiënten veel meer gebruikt moet worden.

Uiteraard licht ik deze punten toe. De voordelen ervan voor patiënten maar ook hoe het tegelijkertijd de zorg minder duur kan maken.

En ik zit –mede dankzij de vele feedback op mijn oproep hierover- vol ideeën over hoe we dit voor elkaar zouden kunnen krijgen: Artsen in de rol van medisch adviseur, onafhankelijke ‘patiënt ondersteuners’, patiëntenverenigingen professionaliseren en hun kennis meer gebruiken. Aandacht voor vooroordelen van artsen over patiënten, betere samenwerking tussen medici en tussen verschillende instellingen, meer ruimte voor lifestyle, voeding en de behoeften en interesses van patiënten. Meer gespecialiseerd verpleegkundigen, kunnen chatten of beeldbellen met je specialist, en ga zo maar door.

De minister luistert aandachtig maar onderbreekt mij dan. Wat ik zeg klinkt fantastisch en is al gaande. Dit is precies de richting die de zorg de laatste jaren opgaat en er is in de afgelopen 20 jaar al veel verbeterd in dit opzicht. Ja, patiënten moeten meer gehoord worden maar dit kan hij niet van bovenaf met één druk op de knop regelen.

Volgens De Jonge is er al veel aan het veranderen en verbeteren, precies de kant op die ik wil. Hij geeft een uitgebreid voorbeeld van hoe digitalisering de zorg beter, gebruiksvriendelijker én goedkoper kan maken.

Ik waardeer het dat de minister alle tijd voor mij heeft en hoe betrokken en zichtbaar hij is in de media. Hij wil duidelijk dingen veranderen, is voorstander van minder regels en pragmatische oplossingen in plaats van langdurige procedures en bureaucratie.

Maar wow, ik kan wel echt merken dat ik tegenover een minister zit. Ik ben verbaal vaardig, maar alles wat ik zeg wordt door De Jonge moeiteloos gepareerd. Het is duidelijk dat ik niet tot hem doordring.

Ik had gehoopt op een echt gesprek, mijn kennis delen en inbrengen en samen kijken wat er eventueel verbeterd kan worden. Ik had geen ander beleid verwacht maar misschien een zaadje planten of gewoon samen van gedachten wisselen over een super gecompliceerd onderwerp.

Maar de minister doet alsof ik een interview afneem, heeft overal een antwoord en een goed verhaal op. Niet samen kijken en leren van elkaar, maar de expert die het weet, antwoorden geeft en mij met zijn imposante persoonlijkheid een beetje overdonderd.

We hebben het nog even over zijn campagne tegen eenzaamheid bij ouderen, en nemen de tijd om een paar selfies te maken.

Naderhand sta ik met gemengde gevoelens buiten. Wat tof dat ik daar mocht zijn, wat een energieke en vlotte vent, maar tegelijkertijd voelde ik me niet gezien en gehoord.

Misschien was dit gesprek wel heel symbolisch voor de zorg.